De drang naar tastbare herinneringen
februari 22, 2009
De poging tot reconstrutie van het laatste levensjaar van Emiel Vandenbergh is vooral gevoed geweest door documenten, andere getuigenissen en een plaatsbezoek aan de voormalige concentratiekampen Buchenwald en Laura. Nooit heb ik gedacht dat ik materiële, tastbare herinneringen zou vinden. Nooit gedacht, maar stiekem wel gehoopt.
Eind november 2008 heb ik een aanvraag ingediend bij de International Tracing Service (ITS) van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington. Op basis van de door mij aangeleverde gegevens gaan zij op zoek naar eventuele supplementaire informatie over mijn grootvader. Dit weekend heb ik een identieke aanvraag ingediend bij de International Tracing Service van Bad-Arolsen in Duitsland. Sinds enkele jaren zijn er de archieven uit het nazitijdperk voor het brede publiek geopend. Het archief bevat naast (persoonlijke) documenten uit Buchenwald en Dachau, ook materïële herinneringen, vooral van voormalige gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme. Voorlopig is het wachten op resultaten. Zo is er het aandoenlijke verhaal van de voormalige gevangene Jacques Luske uit het Nederlandse Berlicum. Bijna 65 jaar na het overlijden van Luske in Neuengamme kregen zijn vier kinderen recent enkele van zijn persoonlijke bezittingen toegestuurd. De afzender, de International Tracing Service, in samenwerking met het Rode Kruis opgezet, voegde ook documentatie toe. Een sticker op een blanco omslag vermeldt de inhoud: één horloge, één vulpen, drie ringen met inscriptie (zie foto).
Stiekem hoop ik dat het ITS ook ons aangenaam kan verrassen. Al is het maar een foto die van Emiel Vandenbergh zeker moet genomen zijn bij zijn binnenkomst in Buchenwald. De laatste materiële herinnering die we voorlopig van grootvader hebben, is zijn handtekening. Die staat op zijn registratieformulier van concentratiekamp Buchenwald.
