België ontvangt digitale kopies uit nazi-archief van Arolsen
november 1, 2009
Na Israël, de Verenigde Staten, Polen en Luxemburg ontvangt nu ook het Belgische Rijksarchief digitale kopies van relevante data uit het archief van de International Tracing Service (ITS) van Bad-Arolsen. Op 13 oktober nam het Rijksarchief de kopies in ontvangst. Jean-Luc Blondel, directeur van het ITS, licht toe over welke data het gaat: “Het Belgische Rijksrachief beschikt nu over documenten die handelen over de repressie tegen weerstandsactiviteiten, de uitbuiting van Belgische dwangarbeiders en de vervolging van Joden en andere minderheidsgroepen.”
Binnen een paar maanden zal het Rijksarchief de documenten ter beschikking stellen voor het grote publiek.

Verlossend bericht van de International Tracing Service
maart 22, 2009
Vijf maanden nadat ik de beschikbare gegevens over het laatste levensjaar van Emiel Vandenbergh, mijn grootvader, had doorgezonden naar de International Tracing Service (ITS), heb ik op 13 maart antwoord gekregen. Het ITS opereert vanuit twee plaatsen: het United States Holocaust Memorial Museum in Washington en het oorlogsarchief in het Duitse Bad-Arolsen. Op beide plaatsen heb ik mijn vraag vijf maanden geleden neergelegd. Dat de twee instelling nauw met mekaar samenwerken, blijkt uit de gecoördineerde manier waarop mijn vraag werd behandeld.
Hoewel ik uit het diepste van mijn hart hoopte dat er een persoonlijke materiële herinnering van grootvader aan de oppervlakte zou verschijnen, moet ik die hoop nu laten varen. Toch bezorgde ITS me meer dan waardevol materiaal: de persoonlijke gevangenenkaart van grootvader, zijn medische fiche, zijn arbeidskaart en de transportlijsten van zijn deportaties van en naar de verschillende concentratiekampen. Uiteraard verwerk ik deze gegevens nog in het op til zijnde boek ‘Ieder het zijne’.
Het wachten was dus meer dan de moeite waard.
De drang naar tastbare herinneringen
februari 22, 2009
De poging tot reconstrutie van het laatste levensjaar van Emiel Vandenbergh is vooral gevoed geweest door documenten, andere getuigenissen en een plaatsbezoek aan de voormalige concentratiekampen Buchenwald en Laura. Nooit heb ik gedacht dat ik materiële, tastbare herinneringen zou vinden. Nooit gedacht, maar stiekem wel gehoopt.
Eind november 2008 heb ik een aanvraag ingediend bij de International Tracing Service (ITS) van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington. Op basis van de door mij aangeleverde gegevens gaan zij op zoek naar eventuele supplementaire informatie over mijn grootvader. Dit weekend heb ik een identieke aanvraag ingediend bij de International Tracing Service van Bad-Arolsen in Duitsland. Sinds enkele jaren zijn er de archieven uit het nazitijdperk voor het brede publiek geopend. Het archief bevat naast (persoonlijke) documenten uit Buchenwald en Dachau, ook materïële herinneringen, vooral van voormalige gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme. Voorlopig is het wachten op resultaten. Zo is er het aandoenlijke verhaal van de voormalige gevangene Jacques Luske uit het Nederlandse Berlicum. Bijna 65 jaar na het overlijden van Luske in Neuengamme kregen zijn vier kinderen recent enkele van zijn persoonlijke bezittingen toegestuurd. De afzender, de International Tracing Service, in samenwerking met het Rode Kruis opgezet, voegde ook documentatie toe. Een sticker op een blanco omslag vermeldt de inhoud: één horloge, één vulpen, drie ringen met inscriptie (zie foto).
Stiekem hoop ik dat het ITS ook ons aangenaam kan verrassen. Al is het maar een foto die van Emiel Vandenbergh zeker moet genomen zijn bij zijn binnenkomst in Buchenwald. De laatste materiële herinnering die we voorlopig van grootvader hebben, is zijn handtekening. Die staat op zijn registratieformulier van concentratiekamp Buchenwald.
