In memoriam: Staf Sannen (°5.3.1927 – + 6.9.2011)
september 6, 2011
Een van onze laatste getuigen van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, Staf Sannen, is ons ontvallen. Amper twee dagen na de officiële inhuldiging van de fotowand in de Martelarenstraat, waaraan Staf meer dan actief meewerkte, verliezen we een levenslustig en joviaal man die zich levenslang inzette voor de instandhouding van de herinnering aan de kampen.
Staf werd tijdens de razzia van 21 juli 1944 in Mol aangehouden en dezelfde dag nog naar de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen gevoerd. Op 8 augustus 1944 werd hij samen met de andere Mollenaars op transport gezet richting Buchenwald. Daar zou hij blijven tot 23 augustus 1944. Toen werd hij gedeporteerd naar het buitenkamp Blankenburg, samen met de Mollenaars Rene Rombouts en Lucien Van Tongerloo. Staf was de enige Mollenaar die Blankenburg overleefde. Nadat de kampen bevrijd werden kwam Staf, na omzwervingen via Zweden en Denemarken, opnieuw in het vertrouwde Mol aan op 13 juli 1945. Een feestelijke ontvangst viel hem te beurt.
Ik dank Staf voor de uren dat we samen praatten over het verblijf in Buchenwald. Hij hielp mij enorm voor de samenstelling van het boek ‘Ieder het zijne’. Ik had ook de eer om samen met Staf enkele duo-lezingen te geven over het verblijf van de Mollenaars in de kampen.
Mijn diepste medeleven gaat naar de naaste familie van Staf.
Fotowand Martelarenstraat officieel ingehuldigd
september 5, 2011
Onder grote belangstelling is de fotowand in de Martelarenstraat ingehuldigd. De wand toont 47 foto’s van Mollenaars die tijdens de laatste fase van de bezetting zijn gedeporteerd. Velen van hen keerden nooit terug, maar zijn vanaf nu terug aanwezig in de gemeenschap waaraan zij bruusk werden ontrukt. Voor vele families is deze plaats de enige fysieke en tastbare herinnering aan hun dierbare nabestaande. Van vele gedeporteerden werd nooit een begraafplaats gevonden. Deze wand fungeert dan ook als een plaats waar familieleden hun dierbaren kunnen herdenken.
De duurzame fotowand is een unicum in de zeer brede regio en draagt een hoge waarde van herinneringseducatie in zich, zonder belerend te zijn. De jongste generatie weet niet meer waar de naam Martelarenstraat vandaan komt. De fotowand op deze unieke plaats probeert op visuele wijze dit verhaal te vertellen. Maar is meer. De wand draagt ook een zekere filosofische betekenis in zich. Door precies de individuele foto’s of beelden te tonen, word je als toeschouwer ook aangesproken. De gedeporteerden kijken elke toeschouwer aan. Het zijn immers niet alleen namen die je kan lezen. Het zijn gezichten die je aankijken, of je dit nu als toeschouwer wilt of niet. Een keuze heb je niet. Daardoor geven we de slachtoffers ook opnieuw een gezicht. Velen zijn als een economisch nummer gestorven, ontdaan van elke menselijke waardigheid. Kortom, onze gedeporteerde Mollenaars zijn op zekere wijze opnieuw thuis gekomen.
De sobere, serene, maar stijlvolle academische zitting in de feestzaal van het Sint-Jan Berchmanscollege werd bijgewoond door 220 genodigden. Onder hen de Minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Annemie Turtelboom, de leden van de Molse gemeenteraad en de talrijk opgekomen familieleden van de slachtoffers. Deze laatsten dienden zich aan vanuit Mol, maar ook van Oostende, Boortmeerbeek, Tienen, Leuven, Overpelt,… Na de academische zitting vertrok een stoet onder begeleiding van de Harmonie van Mol-Achterbos en de vaandeldragers van de Verbroedering van de Vaderlandslievende Verenigingen, richting het pleintje. Daar stonden een 200-tal geïntereseerden de stoet op te wachten. Nadat de namen van de gedeporteerden werden gedeclameerd werd de officiële gedenkplaat onthuld door minister Turtelboom en Frans Hermans, Mollenaar en overlevende van Buchenwald. Burgemeester Paul Rotthier legde een bloemstuk neer aan de gedenkplaat.

Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom en oud-Buchenwalder Frans Hermans staan op het punt de fotowand officieel in te huldigen (copyright: gemeente Mol)
