Schokkende cijfers uit Duitsland
januari 27, 2012
Het Duitse magazine ‘Stern’ publiceerde deze week enkele cijfers die tot de verbeelding spreken. De redactie peilde naar de kennis van de naziterreur bij de hedendaagse Duitse generatie jongeren tussen 18 en 29 jaar. Eén op vijf ondervraagden wist niet dat Auschwitz een nazi-vernietigingskamp is geweest. 21% van de ondervraagden kon geen zinnig antwoord geven op de vraag wat het begrip ‘Auschwitz’ betekent. Van diegenen die wel enige notie hadden van Auschwitz weet 31% niet dat het voormalige nazikamp niet in Duitsland, maar wel in Polen ligt. Van alle Duitse ondervraagden heeft 43% nog nooit een voormalig concentratiekamp bezocht. Stemt niet tot nadenken, maar tot actie.
Nieuw voorstel van resolutie over verantwoordelijkheid van de Belgische overheid in kader van Jodenvervolging in de Senaat
januari 26, 2012
Meer dan vier en half jaar na de voorstelling van het SOMA-rapport ‘Gewillig België’ in de Belgische Senaat, werd in de Senaat opnieuw een voorstel van resolutie ingediend “om de verantwoordelijkheid van de Belgische overheid te erkennen voor de Jodenvervolging in België”.
Zoals bekend dienden op 3 oktober 2002 de Franstalige senatoren Alain Destexhe (MR) en Philippe Mahoux (fractieleider PS) in de Senaat een voorstel van resolutie in “betreffende het bepalen van de feiten en eventuele verantwoordelijkheid van Belgische [politieke, administratieve en gerechtelijke] overheden bij de [identificatie,] deportatie en vervolging van Belgische joden tijdens de Tweede Wereldoorlog”. Voordien waren beiden respectievelijk secretaris en verslaggever van de bijzondere Rwanda-commissie ( 1997) geweest. Destexhe had reeds in 1994 een essay over de genocide in Rwanda geschreven en bovendien was tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn grootvader, advocaat bij het Hof van Beroep, door de Duitsers gearresteerd geweest. Destexhe en Mahoux vroegen expliciet om de studie – een project van twee jaar – aan het SOMA toe te vertrouwen. Daarna, aldus nog Destexhe en Mahoux, kon, indien nodig, in de Senaat een parlementaire onderzoekscommissie worden ingesteld.
In brede kringen van zowel Franstalige als Nederlandstalige zijde heerste een consensus. De partijen van de meerderheid (MR en VLD; PS en SP; Agalev en Ecolo), evenals de christen-democratische oppositie (CDH en CD&V) steunden het voorstel. In de hoorzittingen in de Senaat van 23 januari 2003 gaf eveneens Eerste minister Guy Verhofstadt (VLD), gewezen voorzitter van de Rwanda-commissie, zijn zegen.
Wegens budgettaire problemen bij de federale overheid startte het SOMA pas op 1 september 2004 met het onderzoek. Op 13 februari 2007 werd het lijvig SOMA-eindrapport in de Commissie Institutionele Zaken van de Senaat gepresenteerd. De titel liet aan duidelijkheid niets te wensen over : ‘Gewillig België. Overheid en Jodenvervolging in België tijdens de Tweede Wereldoorlog’. De resultaten van het onderzoek trokken ook de aandacht van de Amerikaanse en Israëlische diplomatie. Nog datzelfde jaar verscheen het rapport in boekvorm, zowel in Nederlands- als Franstalige editie.
Al op 7 maart 2007 – enkele maanden voor de federale verkiezingen - dienden Alain Destexhe en Philippe Mahoux in de Senaat een voorstel van resolutie in “strekkende om de verantwoordelijkheid van de Belgische overheid te erkennen van de Jodenvervolging in België”. Op 12 juni 2008 – enkele maanden na de uiteindelijke vorming van de regering Leterme I – dienden ze hun resolutie opnieuw in. De resolutie kreeg blijkbaar geen gevolg.
Recent, op 25 oktober 2011, deed Philippe Mahoux een nieuwe poging. (Alain Destexhe zelf zetelt sinds 2010 in het Parlement van de Franse gemeenschap). Mahoux’ voorstel van resolutie kwam voor op de zitting van de Senaat van 30 november en het kreeg nu de steun van zowel Franstalige als Nederlandstalige socialisten (PS-fractieleider Mahoux zelf en SP.A fractieleidster Marleen Temmerman), liberalen (Jacques Brotchi van de MR en fractievoorzitter van Open VLD Bart Tommelein) en groenen (fractievoorzitter van Ecolo Jacky Morael en fractievoorzitster van Groen Freya Pireyns). Ook kreeg Mahoux de steun van CD&V (de voorzitster van de Senaat Sabine de Bethune). Om een of andere reden ontbreekt de naam van een CDH’er. De Vlaams-nationalisten (Vlaams Belang en N-VA) ontbraken volledig op de lijst van indieners. Maar volgens welingelichte bron werden noch het Vlaams Belang, noch de N-VA gevraagd om het voorstel van resolutie te ondertekenen.
De aanleiding tot de nieuwe resolutieaanvraag is niet bekend. Wel is duidelijk dat in Joodse kringen het ongenoegen over het uitblijven van een gevolg geven aan de resultaten van het SOMA-rapport steeds groeide. Alhoewel toenmalig premier Guy Verhofstadt bij bepaalde plechtigheden, zoals in de Dossin-kazerne (2002) en Yad Vashem (2005), herhaaldelijk bevestigde dat Belgische autoriteiten hadden meegewerkt aan de Jodenvervolging, werd dat blijkbaar te onvoldoende, te weinig als een officiële verontschuldiging geacht. Bovendien kwamen die uitspraken er nog voor de voorstelling van het SOMA-rapport, zodat ze blijkbaar eerder als een individueel initiatief werden geïnterpreteerd.
In een eerste reactie op het rapport, tijdens de voorstelling in de Senaat, liet Verhofstadt via zijn vertegenwoordigster weten dat het rapport als “herinnering” moest dienen voor de komende generaties en dat er lessen voor de democratie moesten worden uitgetrokken. Midden april 2007, tijdens een ontmoeting met de nationale Commissie voor de schadeloosstelling van de Joodse Gemeenschap in België, bevestigde hij dat hij in het onderwijs graag de verplichting wou invoeren om les te geven over de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder over het Belgisch deel van de Shoah. De delegatie van de Commissie bevestigde ook dat Verhofstadt op 8 mei – tevens herdenking van de capitulatie van nazi-Duitsland – “een belangrijke publieke verklaring” zou afleggen over de verantwoordelijkheden van België in verband met de discriminatie, de vervolging en deportatie van Joden in ons land. Die “belangrijke publieke verklaring” kwam er echter louter zijdelings, meer bepaald tijdens de Erkentelijkheidsceremonie voor de “Rechtvaardige Belgen” aan de Kunstberg in Brussel. Het accent lag op “Belgen die wel opgekomen zijn voor hun medemens”.
De voorstellen van resolutie van 2007/2008 en de huidige wijken nauwelijks van elkaar af. Er wordt enerzijds benadrukt dat “de verantwoordelijkheid voor de judeocide in eerste instantie berust bij de kopstukken van het nationaal-socialistische regime in Duitsland en bij degenen die ervoor kozen, ook in België, met dat regime te collaboreren” en anderzijds dat “heel veel Belgen Joden geholpen en gered hebben”. Maar dan klinkt het scherp “De houding van talloze landgenoten staat blijkbaar in schril contrast met wat men de bureaucratische uitsloving zou kunnen noemen in de passieve en soms actieve collaboratie bij heel wat officiële Belgische overheden en instellingen. Bevelen, ook al zijn ze wettig, zijn niet altijd te rechtvaardigen”.
Tegelijkertijd is dit laatste een wat ongelukkige formulering, want er zou kunnen uit worden geconcludeerd dat bepaalde Duitse anti-Joodse bevelen “wettig” waren. Uit een verdere lezing blijkt dat dit echter allesbehalve de intentie van de resolutie is. Wel zou de hulp van Belgen aan Joden in de resolutie meer kunnen worden genuanceerd en gepreciseerd en is het onderscheid tussen actieve en passieve collaboratie niet duidelijk.
Tevens wordt in de resolutie beklemtoond dat de houding van de Belgische overheid niet uitzonderlijk was : dat gold ook voor “heel wat” andere bezette landen. Maar : “Die duistere bladzijde uit de Belgische geschiedenis [blijft] onderbelicht en [ze] werd officieel niet erkend, in tegenstelling tot wat Frankrijk op dat punt heeft gedaan”. Daarmee wordt verwezen naar de publieke verontschuldigingen van de Franse president Jacques Chirac op 16 juli 1995, in een toespraak ter herdenking van de razzia’s op 16 juli 1942 in Parijs, toen de Franse politie en gendarmerie op bevel van de Duitse bezetter 13.000 Joden oppakte.
In het voorstel van resolutie krijgt het SOMA een pluim : “De Senaat (…) feliciteert en dankt het SOMA voor een studie, die onder meer stoelt op een analyse van nieuwe primaire bronnen”. Aan de regering wordt onder meer gevraagd om, in navolging van de Senaat : “ te erkennen dat de Belgische overheden verantwoordelijkheid dragen voor het definiëren, beroven, marginaliseren, uitsluiten van de maatschappij en deportatie van Joden in België”. Tevens wordt de regering gevraagd bijkomende studies te ondersteunen en te financieren over “de afwikkeling van de Joodse kwestie in de naoorlogse repressie van het incivisme” enerzijds, en over “de verzetsdaden die de Belgische overheid verricht heeft tegen de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog” anderzijds. Ook wordt het accent gelegd op het pedagogisch aspect en wordt gepleit voor een betere bewaring van archieven.
Lieven Saerens
Bron: www.cegesoma.be
27 januari: wereldwijde Holocaust Memorial Day
januari 23, 2012
Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz, 27 januari 1945, uit tot een herdenkingsdag: The Holocaust Memorial Day. Wereldwijd worden op Holocaust Memorial Day de slachtoffers herdacht van de Holocaust en andere genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers.
In Nederland worden de laatste jaren duurzame initiatieven genomen om de betekenis van 27 januari deel te laten uitmaken van een maatschappelijke bewustwording. De organisaties die er activiteiten organiseren scharen zich achter de volgende doelstelling: ”Jongeren tussen de 15 en 25 jaar te leren over de Holocaust en andere genociden. De bewustwording hiervan draagt bij aan de waakzaamheid voor opkomende rassenhaat, discriminatie en antisemitisme en moet de jeugd waarschuwen voor de enorme gevolgen daarvan.”
In België blijft het stil rond 27 januari.
Neonazi-trio had toegangsverbod tot Buchenwald
januari 18, 2012
Eind 2011 werden in Duitsland drie neonazi’s gearresteerd. Zij bleken de afgelopen jaren enkele moorden te hebben gepleegd, voornamelijk op Duitse burgers van vreemde origine. Dat nieuws bereikte ook de Belgische media. Het trio, met extreemrechtse opvattingen, opereerde vanuit de deelstaat Thüringen; de deelstaat waar ook het voormalig concentratiekamp Buchenwald gelegen is. Het trio, Beate Zschäpe, Uwe Mundlos en Üwe Böhnardt, blijkt nu al vanaf 1996 een verbod te hebben gehad om zich op de site van Buchenwald te begeven.
Zandvoorts Buchenwald-hek komt er (voorlopig) niet
januari 9, 2012
Eind 2011 ontstond er in Nederland een terechte commotie over de bouw van een hek rond een landgoed in de gemeente Zandvoort. De opdrachtgever had het kunst- en designcollectief Studio Job belast met een ‘artistieke’ invulling van het hek. Het ontwerp ervan werd getoond en bespoken tijdens het populaire programma De wereld draait door op de Nederlandse televisie. Een meer toepasselijke naam van het programma om dit onderwerp te bespreken kan je niet bedenken. In de ontwerptekening die in het programma werd getoond was prikkeldraad te zien, schoorstenen die doen denken aan de schoorstenen van concentratiekampen en een bel met daarop de Latijnse tekst suum cuique (Jedem das Seine). Onmiddellijk werd de link gelegd met concentratiekamp Buchenwald, waar de inscriptie ‘Jedem das Seine’ is aangebracht. De gemeente Zandvoort had de bouw van het hek vergund omdat het oordeelde dat er nu eenmaal een ‘artistieke vrijheid’ was en dat kunst altijd wel een of andere controverse kon oproepen. Toch was er van een verstroring van de openbare orde geen sprake. Natuurlijk is er een artistieke vrijheid en natuurlijk is een verstoring van de openbare orde niet aan de orde. Toch kan je je afvragen of je nabestaanden en families van nabestaanden van concentratiekamp Buchenwald op deze manier moet (blijven) schofferen. Is Kunst dan toch het hoogste ideaal?
Er kwam behoorlijk wat reactie op het voorstel. De Nederlandse publieke opinie was eufemistisch gezegd onverdeeld en ook het Centrum Informatie en Documentatie Israel liet van zich horen. Ik zocht contact met de Zandvoortse burgemeester, wethouders en enkele raadsleden en kreeg van enkelen ook een afdoend antwoord. Dank daarvoor. Uiteindelijk werd de bouw van het hek (voorlopig) met drie maanden uitgesteld. De ontwerpers blijven van mening dat het door hen ontworpen hek niet op het hek van Buchenwald lijkt. En eigenlijk is dat ook zo. Fysiek is er geen gelijkenis. Mentaal is er eigenlijk een één-op-eén relatie.
Laat ons hopen dat uitstel (van drie maanden) in dit geval toch tot afstel leidt. Of hoe ‘artistieke vrijheid‘ mensen toch opnieuw gevangen kan zetten.
In memoriam: Staf Sannen (°5.3.1927 – + 6.9.2011)
september 6, 2011
Een van onze laatste getuigen van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, Staf Sannen, is ons ontvallen. Amper twee dagen na de officiële inhuldiging van de fotowand in de Martelarenstraat, waaraan Staf meer dan actief meewerkte, verliezen we een levenslustig en joviaal man die zich levenslang inzette voor de instandhouding van de herinnering aan de kampen.
Staf werd tijdens de razzia van 21 juli 1944 in Mol aangehouden en dezelfde dag nog naar de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen gevoerd. Op 8 augustus 1944 werd hij samen met de andere Mollenaars op transport gezet richting Buchenwald. Daar zou hij blijven tot 23 augustus 1944. Toen werd hij gedeporteerd naar het buitenkamp Blankenburg, samen met de Mollenaars Rene Rombouts en Lucien Van Tongerloo. Staf was de enige Mollenaar die Blankenburg overleefde. Nadat de kampen bevrijd werden kwam Staf, na omzwervingen via Zweden en Denemarken, opnieuw in het vertrouwde Mol aan op 13 juli 1945. Een feestelijke ontvangst viel hem te beurt.
Ik dank Staf voor de uren dat we samen praatten over het verblijf in Buchenwald. Hij hielp mij enorm voor de samenstelling van het boek ‘Ieder het zijne’. Ik had ook de eer om samen met Staf enkele duo-lezingen te geven over het verblijf van de Mollenaars in de kampen.
Mijn diepste medeleven gaat naar de naaste familie van Staf.
Fotowand Martelarenstraat officieel ingehuldigd
september 5, 2011
Onder grote belangstelling is de fotowand in de Martelarenstraat ingehuldigd. De wand toont 47 foto’s van Mollenaars die tijdens de laatste fase van de bezetting zijn gedeporteerd. Velen van hen keerden nooit terug, maar zijn vanaf nu terug aanwezig in de gemeenschap waaraan zij bruusk werden ontrukt. Voor vele families is deze plaats de enige fysieke en tastbare herinnering aan hun dierbare nabestaande. Van vele gedeporteerden werd nooit een begraafplaats gevonden. Deze wand fungeert dan ook als een plaats waar familieleden hun dierbaren kunnen herdenken.
De duurzame fotowand is een unicum in de zeer brede regio en draagt een hoge waarde van herinneringseducatie in zich, zonder belerend te zijn. De jongste generatie weet niet meer waar de naam Martelarenstraat vandaan komt. De fotowand op deze unieke plaats probeert op visuele wijze dit verhaal te vertellen. Maar is meer. De wand draagt ook een zekere filosofische betekenis in zich. Door precies de individuele foto’s of beelden te tonen, word je als toeschouwer ook aangesproken. De gedeporteerden kijken elke toeschouwer aan. Het zijn immers niet alleen namen die je kan lezen. Het zijn gezichten die je aankijken, of je dit nu als toeschouwer wilt of niet. Een keuze heb je niet. Daardoor geven we de slachtoffers ook opnieuw een gezicht. Velen zijn als een economisch nummer gestorven, ontdaan van elke menselijke waardigheid. Kortom, onze gedeporteerde Mollenaars zijn op zekere wijze opnieuw thuis gekomen.
De sobere, serene, maar stijlvolle academische zitting in de feestzaal van het Sint-Jan Berchmanscollege werd bijgewoond door 220 genodigden. Onder hen de Minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Annemie Turtelboom, de leden van de Molse gemeenteraad en de talrijk opgekomen familieleden van de slachtoffers. Deze laatsten dienden zich aan vanuit Mol, maar ook van Oostende, Boortmeerbeek, Tienen, Leuven, Overpelt,… Na de academische zitting vertrok een stoet onder begeleiding van de Harmonie van Mol-Achterbos en de vaandeldragers van de Verbroedering van de Vaderlandslievende Verenigingen, richting het pleintje. Daar stonden een 200-tal geïntereseerden de stoet op te wachten. Nadat de namen van de gedeporteerden werden gedeclameerd werd de officiële gedenkplaat onthuld door minister Turtelboom en Frans Hermans, Mollenaar en overlevende van Buchenwald. Burgemeester Paul Rotthier legde een bloemstuk neer aan de gedenkplaat.

Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom en oud-Buchenwalder Frans Hermans staan op het punt de fotowand officieel in te huldigen (copyright: gemeente Mol)
Inhuldiging fotowand pleintje Martelarenstraat
augustus 28, 2011
De wand met foto’s van gedeporteerde Mollenaars en het vernieuwde pleintje moeten een blijvende herinnering worden aan de tragische gebeurtenissen die in 1944 plaatsvonden in de Veldstraat, nu Martelarenstraat.
Iedereen is welkom om de inhuldiging bij te wonen op zondag 4 september 2011 om 11 uur. Locatie: Martelarenstraat, Mol.
bron: www.gemeentemol.be
Site voormalig concentratiekamp Laura gered voor de toekomst
augustus 16, 2011
Opmerkelijk goed nieuws uit Thüringen. De site van het voormalig kamp Laura, een buitenkamp van Buchenwald, is gevrijwaard voor de toekomst. Projectontwikkelaars hadden hun oog laten vallen op een plaats die enorm belangrijk is voor het vertellen van de geschiedenis aan de komende generaties. De deelstaat Thüringen en de Landratsamt Saalfeld-Rudolstadt hebben met succes de moeizame onderhandelingen beëindigd en zijn op die manier eigenaar worden van de site. In december 2010 werd een eerste injectie van 50.000 euro vrijgemaakt en sinds vorige week werd een tweede schijf van 230.000 euro ter beschikking gesteld. De toekomstige ontwikkeling van Laura lijkt daarmee gevrijwaard. Komend jaar zal er een nieuwe expositieruimte gebouwd worden met een educatief lokaal waar studenten aan verschillende workshops kunnen deelnemen. Ook de zogenaamde ‘grote schuur’ blijft bewaard. Het is de plaats waar in dit relatief kleine kamp alle gevangenen verbleven. Om het concept op wetenschappelijke wijze te voltooien levert het team van de Gedenkstätte Buchenwald de nodige bijstand. Tot slot wordt er een nieuwe parking aangelegd voor de bezoekers. Als alles goed verloopt wordt de nieuwe site geopend op 13 april 2012, de datum waarop de bevrijding van het voormalige kamp jaarlijks wordt herdacht. Als lid van de algemene vergadering van de Fördeverein Gedenkstätte Laura, kan ik alleen maar verheugd zijn dat Dorit Gropp, onze voorzitter, en de beleidsvoerders van de deelstaat Thüringen en de Landratsamt Saalfeld-Rudolstadt deze inspanningen geleverd hebben.
Voor de Mollenaars is Laura niet echt bekend. Slechts één Mollenaar heeft er verbleven, met name mijn grootvader Emiel Vandenbergh. Hij kwam hier van uit Buchenwald toe op 10 oktober 1944 (op het moment dat Mol al bijna een maand bevrijd was) en zou hier zeven maanden verblijven. Op 13 april 1945 werd kamp Laura geëvacueerd en werd hij gedeporteerd naar Allach, een buitenkamp van Dachau, zijn laatste verblijfplaats.
Dodenboek concentratiekamp Dachau in Mol
augustus 13, 2011
Op 29 april 2011 presenteerde de KZ-Gedenkstätte Dachau het ‘Gedenkbuch für die Toten des Konzentrationslager Dachau’ in aanwezigheid van een 200-tal gasten. Vier jaar onderzoek ligt aan de basis van het boek dat 1312 pagina’s telt. Het bevat een oplijsting van alle dodelijke slachtoffers van kamp Dachau en de verschillende subkampen. In totaal gaat het om 33.205 namen die in het boek zijn opgenomen. Van elk slachtoffer zijn volgende gegevens opgenomen: naam, beroep, nationaliteit, geboortedatum en -plaats, woonplaats en overlijdensdatum. Ook de in Dachau of in de subkampen overleden Mollenaars zoals bijvoorbeeld Fernand Nonnon en Emiel Vandenbergh zijn in het boek opgenomen. In totaal hebben meer dan 41.000 mensen hun leven gelaten in Dachau. Van een achtduizendtal slachtoffers zijn er dus geen namen beschikbaar.
Het boek is niet te koop. Er zijn slechts een 150-tal exemplaren geproduceerd die vooral bestemd zijn voor diverse onderzoeksinstellingen over de hele wereld. Toch waren de mensen van de KZ-Gedenkstätte Dachau, en in het bijzonder de hoofdarchivaris Albert Knoll, zo vriendelijk mij een exemplaar over te maken.
Mensen die graag willen nagaan of een bepaalde naam in het boek is opgenomen, laten best een bericht achter.



